Onderzoek naar ervaringen gemeenten met hulpmiddelendienstverlening en convenanten

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) voerde Significant Public een onderzoek uit naar de ervaringen van gemeenten met de huidige hulpmiddelendienstverlening in geval van complexe problematiek en het meeverhuizen van hulpmiddelen naar een andere gemeente of een Wlz-instelling. VWS ontving signalen over problemen in de uitvoeringspraktijk en wilde inzicht in het naleven en het al dan niet ondertekenen van twee convenanten gericht op het verbeteren van de toegang tot en de levering van (Wmo-)hulpmiddelen, en de eventuele knelpunten en behoeften van gemeenten. Wij brachten de ervaringen van gemeenten in beeld met een digitale vragenlijst – ingevuld door 120 gemeenten – en twintig verdiepende interviews met beleids- en kwaliteitsmedewerkers (met Wmo-hulpmiddelen in hun portefeuille).

Om welke convenanten gaat het?

In opdracht van VWS is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2020 gestart met het project Verbeteragenda hulpmiddelen, in samenwerking met onder andere gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren en branchevereniging voor hulpmiddelenleveranciers Firevaned. Dit project heeft onder meer twee convenanten opgeleverd. Het convenant ‘Maatwerkprocedure toegang hulpmiddelen’ (hierna convenant Maatwerkprocedure) heeft als doel dat cliënten met complexe hulpmiddelen of in complexe situaties zo snel mogelijk een passend hulpmiddel ontvangen. Het convenant ‘Meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing’ (hierna convenant Meeverhuizen) is opgesteld om te waarborgen dat cliënten reeds verstrekte hulpmiddelen in het geval van een verhuizing kunnen blijven gebruiken.

Wat zijn onze belangrijkste bevindingen?

  • Een ruime meerderheid van de ondervraagde gemeenten handelt naar de convenanten Maatwerk en Meeverhuizen. Echter heeft slechts een veel kleiner deel van deze gemeenten de convenanten daadwerkelijk ondertekend. Een veelvoorkomende reden voor gemeenten om de convenanten niet te ondertekenen is onduidelijkheid over de implicaties voor de dagelijkse praktijk en de juridische gevolgen van de ondertekening.
  • Gemeenten ervaren onduidelijkheid over de omgang met en de inhoud van het functioneel advies van een ergotherapeut of revalidatiespecialist. Het convenant Maatwerk schrijft voor dat het functioneel advies leidend is voor indicatiestelling, maar gemeenten vrezen voor verlies van autonomie. Ook blijkt het huidige format voor functioneel advies voor sommige gemeenten onvoldoende werkbaar.
  • Gemeenten die werken volgens de convenanten, rapporteren wisselende ervaringen met de uitvoering. De convenanten kunnen bijdragen aan betere samenwerking met andere partijen door duidelijkheid te scheppen over rollen en verantwoordelijkheden, maar dit geldt vooral als andere gemeenten in de regio volgens dezelfde uitgangspunten werken. Werken andere gemeenten niet volgens het convenant, dan is er soms verwarring over wie wat doet.
  • Opvallend is dat gemeenten regelmatig niet weten hoe de samenwerking met zorgkantoren, die een sleutelrol spelen bij verhuizingen naar Wlz-instellingen, verloopt. Gemeente die hier wel zicht op hebben noemen verschillende knelpunten (het onderzoek brengt de aard en de omvang hiervan niet in beeld).

Vervolg

Op basis van het onderzoek doen wij verschillende aanbevelingen aan VWS, VNG, Firevaned en gemeenten. In haar reactie in een kamerbrief zegt de staatssecretaris toe om in elk geval na te gaan hoe de samenwerking verloopt tussen gemeenten, zorgkantoren en Wlz-instellingen bij verhuizingen en te bekijken of extra inzet nodig is om ervoor te zorgen dat cliënten hun op maat gemaakte hulpmiddelen kunnen behouden. Daarnaast gaat zij in gesprek met Firevaned en de VNG over opvolging van de aanbevelingen.

Meer weten?

Neem contact met ons op of lees het rapport.