Verkenning: wanneer heeft een ouder in de bijstand recht op kinderopvangtoeslag (KOT)?

Op papier lijkt het antwoord eenvoudig: bij deelname aan een re-integratietraject. Maar in de praktijk blijkt de indeling van activiteiten en voorzieningen door gemeenten allesbepalend. Wat de ene gemeente ziet als een traject richting werk (en dus recht geeft op KOT), kan een andere gemeente juist als sociale activering zonder recht op KOT indelen. Dit verschil kan grote gevolgen hebben voor de mogelijkheden tot re-integratie van ouders in de bijstand en uiteindelijk hun kans om uit de bijstand te komen.

Gemeenten organiseren vanuit de Participatiewet verschillende activiteiten en voorzieningen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij hanteren hiervoor doorgaans drie verschillende categorieën:

  1. Trajecten direct naar werk (categorie A);
  2. Sociale activering gericht op arbeidsinschakeling (categorie B);
  3. Sociale activering niet direct gericht op arbeidsinschakeling (categorie C) .

Gemeenten hebben beleidsvrijheid in de toewijzing van activiteiten aan de drie categorieën. Er is momenteel geen overzicht van hoe gemeenten activiteiten indelen, noch hoe dit het recht op KOT beïnvloedt. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Significant APE daarom een verkennend onderzoek uitgevoerd naar het recht op KOT in de praktijk met als centrale vraag in hoeverre het ontbreken van het recht op KOT ouders in de bijstand belemmert in hun re-integratie en arbeidsparticipatie.

Hoe zag de verkenning eruit? 

Het onderzoek bestond uit een documentenstudie, verkennende interviews met landelijke stakeholders, casestudies bij zeven gemeenten en data-analyse. Het doel van de data-analyse was om de omvang van de groep bijstandsouders in de verschillende categorieën in beeld te brengen. De casestudies bij zeven gemeenten vormen de kern van het onderzoek en geven inzicht in de lokale indeling in categorieën, besluitvorming over casuïstiek en ervaren belemmeringen. Per onderzochte gemeente bestudeerden wij beleidsdocumenten en interviewden beleidsmedewerkers, re-integratieconsulenten en/of kinderopvangmakelaars en (in sommige gevallen) ouders in de bijstand.

Hoe bepalen gemeenten of een ouder in de bijstand recht heeft op KOT?

Bijstandsouders hebben recht op KOT als zij deelnemen aan re-integratietrajecten, activiteiten die vallen onder categorie A en B. Participatievoorzieningen oftewel activiteiten en voorzieningen uit categorie C geven geen recht op KOT. Het is doorgaans duidelijk welke activiteiten en voorzieningen gemeenten onder categorie A indelen, maar de indeling in categorie B en C is echter minder duidelijk. In de praktijk bepalen de meeste onderzochte gemeenten op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsouder – of die afstand kort of lang is – of een activiteit wordt gelabeld als re-integratie of niet.

Wat zijn onze belangrijkste conclusies?

  • Op dit moment ervaren gemeenten de wetgeving op basis waarvan wordt bepaald of bijstandsouders recht hebben op KOT als complex en hebben zij geen duidelijk beeld van hun eigen (bepalende) rol. Veel consulenten zijn niet goed op de hoogte hoe het recht op KOT voor bijstandsouders precies werkt. Hierdoor ervaren gemeenten weinig grip en extra uitvoeringslast.
  • Gemeenten hebben onvoldoende duidelijk welke gegevens de Dienst Toeslagen hanteert bij de beoordeling van het recht op KOT. Ook zijn niet alle gemeenten bekend met het beoordelingsproces en de rol van het Inlichtingenbureau in het verwerken van de gegevens van de re-integratievoorzieningen. Verder blijkt dat consulenten niet alle voorzieningen altijd zorgvuldig (kunnen) registreren.
  • Vooral alleenstaande ouders met een klein of geen sociaal netwerk worden belemmerd in hun re-integratie wanneer zij geen recht hebben op KOT. Het ontbreken van KOT is zelden de enige belemmering, maar wel een belangrijke factor naast problemen op andere leefgebieden.
  • Daarnaast speelt nog een aantal bredere belemmeringen rondom kinderopvang, zoals de lange wachttijden bij de kinderopvanglocaties en de hoge kosten van de kinderopvang. Dit belemmert het re-integratieproces van bijstandsouders verder.
  • De onduidelijkheid en het gebrek aan grip bij gemeenten kan ertoe leiden dat KOT (ten onrechte) niet wordt aangevraagd en bijstandsouders geen KOT krijgen toegekend waardoor zij vaak geen gebruik kunnen maken van kinderopvang. Terwijl ook bijstandsouders met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt door kinderopvang meer tijd krijgen en daardoor ontwikkelstappen kunnen zetten die mogelijk in de toekomst kunnen leiden tot uitstroom uit de bijstand en het doorbreken van intergenerationele armoede.

Vervolg

Staatssecretaris Nobel heeft in een kamerbrief toegezegd dat hij aan de slag gaat met een van onze aanbevelingen: samen met VNG wordt een leidraad opgesteld voor gemeenten met goede voorbeelden en juridische duiding van de indeling van activiteiten.

Meer weten?

Neem contact met ons op of lees het rapport.