In opdracht van het WODC en op aanvraag van het ministerie van JenV voerden we een vooronderzoek uit ter voorbereiding op de uiteindelijke evaluatie van twee onderdelen van de Wet uitbreiding slachtofferrechten (WUS). We voerden dit onderzoek uit in samenwerking met Maarten Kunst van de Universiteit Leiden.
Hieronder lichten we kort toe wat we in het onderzoek zagen.
Het doel van het spreekrecht (en dus ook van deze twee maatregelen) is het versterken van de positie van het slachtoffer. De wetgever vertaalde dit o.a. in het bijdragen aan het herstel van de emotionele schade. Uit eerder onderzoek blijkt dat dit lastig te meten is. Wel kunnen slachtoffers via het spreekrecht meer regie, verbondenheid en erkenning ervaren (agency en communion). In de beleidslogica identificeerden we ook belangrijke randvoorwaarden zoals heldere registratie, goede informatievoorziening en duidelijke communicatie. Daarnaast brachten we mogelijke neveneffecten in kaart waaronder variatie in toepassing, extra werklast en risico op teleurstelling of secundaire victimisatie.
We hebben een onderzoeksdesign opgesteld die de leidraad kan vormen voor de uiteindelijke evaluatie. We formuleerden onderzoeksvragen en definieerden indicatoren op basis van de beleidslogica. Vervolgens haalden we bij de betrokken ketenpartners op hoe deze gemeten kunnen worden. Kwantitatieve gegevens zijn zeer beperkt beschikbaar. We adviseren daarom om voornamelijk kwalitatieve onderzoeksmethoden (enquêtes en interviews) in te zetten. Daarnaast is de lijst indicatoren zeer uitgebreid. We raden aan hierin prioritering aan te brengen bij de evaluatie.
In de nulmeting zagen we dat stief‑ en pleegfamilie vóór invoering van de wet geen formeel spreekrecht hadden en daardoor afhankelijk waren van de bereidheid van anderen. Dit leidde tot gevoelens van ongelijkheid, machteloosheid en gebrek aan erkenning. Ook bij tbs‑ en pij‑verlengingszittingen hadden slachtoffers vooraf slechts een beperkte en inconsistente rol, met wisselende toegang tot informatie en weinig mogelijkheden om hun beschermingsbehoeften toe te lichten. Deze uitgangssituatie laat zien dat de betrokkenheid, informatievoorziening en erkenning van slachtoffers vóór de wetswijziging vaak tekortschoten.
Tot slot haalden we ook al een aantal eerste bevindingen op. De gesproken ketenpartners ervaren de uitbreiding van de kring spreekgerechtigden als logisch. De erkenning via het spreekrecht wordt in de praktijk beperkt doordat stief‑ en pleegfamilie geen toegang heeft tot andere slachtofferrechten. Daarnaast signaleren de geïnterviewden bij tbs‑ en pij‑verlengingszittingen dat slachtoffers vooral behoefte hebben aan informatie en erkenning. Het beperkte karakter van het spreekrecht sluit hierdoor mogelijk minder aan op hun daadwerkelijke behoeften. Ook valt op dat goede informatievoorziening en verwachtingsmanagement cruciaal zijn, omdat onduidelijkheid over het spreekrecht kan leiden tot teleurstelling, en een risico vormt op secundaire victimisatie.
Lees hier het volledige rapport.