Wachtlijsten in het sociaal domein: van symptoombestrijding naar gerichte interventies en sturing

Veel gemeenten herkennen het beeld: oplopende wachtlijsten in het sociaal domein, terwijl de druk op budget en personeel toeneemt. Voorzieningen die bedoeld zijn om toegankelijk te zijn en tijdig passende ondersteuning te bieden, lopen vast. Tegelijkertijd ontbreekt vaak het inzicht om te bepalen waar het probleem precies zit – en vooral: welke oplossingen echt werken.

Wachtlijsten zijn namelijk zelden een probleem van één voorziening. Tekorten in capaciteit of personeel in het ene deel van de keten werken door in andere delen. Een interventie op één plek kan onbedoeld leiden tot nieuwe knelpunten elders. Gemeenten staan hierdoor voor een lastig vraagstuk: hoe zet je schaarse middelen zo in dat je het probleem als geheel aanpakt en niet alleen maarverplaatst? En welke interventies horen daarbij?

Juist in deze context groeit de behoefte aan beter inzicht in hoe vraag, aanbod en doorstroom zich tot elkaar verhouden en vooral: welke interventies daadwerkelijk bijdragen aan het terugdringen van wachtlijsten in het geheel van de keten. We schetsen hieronder twee voorbeelden hoe wij gemeenten hierbij de afgelopen periode hebben ondersteund.

Voorbeeld 1 – Effectieve inzet van beperkte capaciteit

Voor een specifieke vorm van jeugdzorg hebben wij samen met een gemeente gekeken naar de op- en afbouw van capaciteit. Om de wachtlijst te verkorten wilde deze gemeente op korte termijn opbouwen in capaciteit. Doel op langere termijn was ook om de capaciteit door andere interventies deels weer af te bouwen. De vraag aan ons: hoe kunnen we dit op een goede manier doen? Daarbij hebben we niet alleen naar één voorziening gekeken, maar naar de hele keten: van instroom op jonge leeftijd, via verschillende zorgvormen, tot uitstroom richting (onder andere) de Wlz.

Intuïtief weet iedereen dat de capaciteit in de keten goed op elkaar afgestemd moet zijn. Maar hoe ziet dit er in de praktijk uit? Door de keten stap voor stap in kaart te brengen, konden we de werking van de keten modelleren en vervolgens kwantificeren. Zo konden we toewerken naar een situatie waarin instroom, doorstroom en uitstroom op elkaar aansluiten. Vervolgens hebben we die afgezet tegen de huidige situatie en doorgerekend waar en hoe extra capaciteit ingezet kan worden om dat evenwicht te bereiken.

Een belangrijk inzicht was dat extra capaciteit niet automatisch leidt tot kortere wachtlijsten. Wanneer capaciteit willekeurig wordt toegevoegd, kan dit de keten juist minder efficiënt maken en het probleem verplaatsen in de tijd of naar een andere plek. Daarnaast werd duidelijk dat de oplossing niet volledig binnen de invloedssfeer van één partij ligt. Goede doorstroom vraagt om afstemming met ketenpartners.

Voorbeeld 2 – Wat leveren interventies naar verwachting op?

Wanneer wachtlijsten voor een gemeentelijke voorziening oplopen, zien we dat gemeenten en ketenpartners verschillende interventies inzetten om de wachtlijsten tegen te gaan. Denk hierbij aan het verkorten van behandel- of verblijfsduur, het afbuigen van instroom of tijdelijke uitbreiding van capaciteit. Hierbij is het lastig om van tevoren in te schatten of deze interventies voldoende zoden aan de dijk zetten om de wachtlijsten ook echt terug te dringen. Welke interventies hebben het grootste effect? Hebben we naast de geplande interventies ook extra structurele capaciteit nodig?

Samen met een gemeente en ketenpartners hebben we de potentiële effecten van geplande interventies inzichtelijk gemaakt. Dit resulteerde in het onderstaande figuur.*

*Omdat het gaat om vertrouwelijke informatie hebben we de aantallen in dit voorbeeld aangepast. De conclusies zijn wel in lijn met het voorbeeld uit de praktijk.

Het figuur maakt drie dingen duidelijk:
  1. Zonder interventies blijven wachtlijsten oplopen;
  2. Met interventies wordt de groei afgeremd maar niet gestopt;
  3. Zelfs in het meest gunstige scenario blijven wachtlijsten toenemen.

De conclusie is daarmee helder: de ingezette maatregelen zijn waardevol, maar op zichzelf naar verwachting onvoldoende. Er zijn óf effectievere interventies nodig, óf aanvullende structurele capaciteit.

Wat levert deze manier van kijken op?

Deze manier van kijken helpt gemeenten om van symptoombestrijding naar gerichte sturing te bewegen. Door inzicht in de onderliggende dynamiek van vraag, aanbod en doorstroom, wordt duidelijk waar interventies het meeste effect hebben. Zo kunnen gemeenten hun schaarse capaciteit doelgerichter inzetten en werken aan structurele oplossingen voor wachtlijsten.

Herkenbaar? Wij denken graag mee hoe dit in jouw gemeente kan worden toegepast.