Woningdelen wordt gezien als een oplossing voor het groeiende woningtekort. Uit eerder onderzoek bleek dat mensen met een uitkering de kostendelersnorm als een belemmering ervaren om een woning te delen. De kostendelersnorm verlaagt in de Participatiewet en andere sociale zekerheidswetten de uitkering van mensen die een woning delen met familie, vrienden of anderen. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) vroeg Significant APE te onderzoeken welke gevolgen aanpassingen van de kostendelersnorm hebben voor woningdelen. Gaan mensen vaker woningdelen als de regels veranderen? Dit onderzoek geeft antwoord op die vraag en biedt inzicht in de effecten van verschillende beleidsvarianten.
In de huidige situatie ontvangt een alleenstaande bijstandsgerechtigde 70% van het sociaal minimum. Bij woningdelen daalt dit naar 50% (met één medebewoner), 43,3% (twee), 40% (drie) en 38% (vier). Voor sommige andere sociale zekerheidswetten geldt een minder strenge kostendelersnorm.
We hebben vijf beleidsvarianten voor de kostendelersnorm onderzocht en vergeleken met deze situatie. Daarbij brengen we de effecten op woningdelen, uitvoerders en uitkeringsgerechtigden in beeld, op basis van literatuurstudie, interviews, enquêtes en focusgroepen onder uitkeringsgerechtigden.
De effecten op woningdelen en de kosten lopen duidelijk samen op. Variant 1 (alleenstaandeaanvulling) heeft een beperkt effect: naar schatting komen circa 100 tot 900 extra woningen beschikbaar, tegen ongeveer €82 miljoen per jaar aan structurele kosten. Variant 2 (voordeurdelersregeling) heeft een groter effect, met circa 1.300 tot 6.100 extra woningen, maar ook hogere kosten van circa €282 miljoen per jaar. Variant 3 (1 jaar vertraging) levert een beperkt en tijdelijk effect op (circa 400 tot 2.300 woningen) bij ongeveer €95 miljoen structurele kosten. Variant 5 (afschaffen kostendelersnorm) heeft het grootste effect op woningdelen, met circa 3.900 tot 15.200 extra woningen, maar brengt ook de hoogste structurele kosten met zich mee (circa €489 miljoen per jaar). Voor variant 4 (uitzonderingen voor specifieke groepen) zijn de effecten en kosten niet goed te kwantificeren en blijven deze beperkt tot de betreffende doelgroepen.
Over alle varianten heen geldt dat een groter effect op woningdelen gepaard gaat met hogere structurele kosten, terwijl het aantal extra woningen eenmalig is. De kosten per extra woning worden geraamd op circa €32.000 tot €125.000 per jaar. Dit wijst erop dat aanpassing van de kostendelersnorm geen doelmatige manier is om woningdelen of het woningaanbod substantieel te vergroten.
Dit onderzoek biedt beleidsmakers concrete inzichten in de effecten van aanpassingen aan de kostendelersnorm op woningdelen. Daarmee ondersteunt het maken van afgewogen keuzes rondom beleid voor woningdelen. De resultaten laten zien dat het aanpassen van de kostendelersnorm geen doelmatige manier is om woningdelen te stimuleren.
De focus in dit onderzoek lag op het effect op woningdelen. Tegelijkertijd kunnen er andere beleidsdoelen zijn om de kostendelersnorm aan te passen, zoals vereenvoudiging van inkomensregelingen en verbetering van de financiële positie van minima. Dit kan bijdragen aan meer overzicht voor uitkeringsgerechtigden, lagere uitvoeringslasten en meer financiële rust binnen huishoudens, wat samenhangt met maatschappelijke participatie en gezondheid.
Ben je benieuwd naar alle details, achtergronden en uitgebreide analyses? Lees dan het volledige rapport ‘Verkenning varianten kostendelersnorm en het effect op woningdelen’.